Inhoudsopgave

Ordina jaarmagazine

Met steun van ordina
op weg naar een individuele behandeling van kanker

“Je kunt een mens alleen maar goed behandelen als je weet hoe hij in elkaar steekt”, is het adagium van professor dr. Emile Voest van het UMC Utrecht. Niet alleen besteden hij en zijn team veel extra aandacht aan patiënten. Ook doet hij DNA-onderzoek dat een geheel op de persoon toegesneden behandeling van kanker in de toekomst mogelijk moet maken.

Voelen patiënten zich in de zorg wel eens een nummer? Op de afdeling medische oncologie van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht is dat onmogelijk. Om te begin­­nen hecht hoog­leraar Emile Voest, die er de scepter zwaait, aan persoonlijk contact. “Er verlaat geen patiënt mijn spreekkamer zonder dat ik zijn achtergrond een beetje ken. Alleen dan kun je iemand goed behandelen. Elke patiënt is uniek, dat is ons thema.”

Die personal touch is zo belangrijk omdat een behande­ling meer kans van slagen heeft als een patiënt vertrouwen heeft in zijn arts. “En daar is meer voor nodig dan alleen medische deskundigheid”, benadrukt Voest. “Als je kanker hebt, kom je in een volstrekt donkere kamer terecht, zonder ramen of zichtbare uitgang. Ga eens na hoe blij je dan bent als er iemand met een zaklampje op je afkomt. Die mensen met die zaklampjes, dat zijn wij.”

Een zaklampje. Het klinkt wel erg bescheiden uit de mond van een man die zijn sporen in het behandelen van kanker ruimschoots heeft verdiend. Maar het beeld is bewust gekozen. “De behandeling van kanker bestaat niet uit keuzes tussen zwart en wit. Er zijn alleen verschillende soorten grijs: een behandeling die waarschijnlijk heel goed werkt, maar veel bijwerkingen heeft of een iets mindere behande­ling met minder bij­werkingen. Samen met de patiënt kom je tot een persoonlijk plan. Bij dezelfde ziekte zal iemand van 80 jaar zonder familie tot andere keuzes komen dan iemand van 35 met een jong gezin.”

Kennisoverdracht in de praktijk

Leren door te kopiëren

Hendrik Jan Bouwsema, Projectleider

“Kinderen leren veel als je bewust met ze oefent, maar de echte wondertjes zijn de vaardigheden die ze ongemerkt observerend opdoen. Daarmee verbluffen ze hun ouders altijd. Wij zijn ook van die ouders. Mama in het onderwijs en papa in de computers… voldoende kopieervoer voor onze zoontjes. Gelukkig zijn ze gek op boeken. Maar ik vind het ook geweldig als Thijmen (5) zegt: ‘Papa, ik ga even naar de Sinterklaasjournaal-site, oké?’ en Marten (2), die zijn broer in alles kopieert, roept: ‘Ik ook op de kompoeter!’”

Bergen informatie

En dan is het nog maar de vraag of de be­hande­ling ook daadwerkelijk aanslaat. Want elke tumor is anders. Vanuit die wetenschap leidt Voest nu een onderzoek waarin van elke tumor apart een profiel wordt gemaakt. “Op basis daar­van hopen we dan in de toekomst tegen onze patiënten te kunnen zeggen: deze medicijnen lijken het beste te gaan werken.”

De weg naar dat resultaat is lang, naar ver­wachting zal het nog vijf tot acht jaar duren voor­dat de eerste resultaten kunnen worden gepresenteerd. Voest licht toe: “We hebben 25.000 genen in ons lichaam. Die allemaal door­meten, zou per patiënt meer dan een miljoen euro kosten en drie maanden tijd vergen. Dat is dus geen optie. Daarom beginnen we nu met de duizend belangrijkste genen. En hopen we dat de techniek over vijf jaar zover is dat we alle genen kunnen screenen voor een acceptabel bedrag. Dit onderzoek is uniek voor Europa. Hoeveel tumoren we dus zullen moeten onderzoeken, weten we niet. Dat is het spannende van dit soort studies. Je krijgt hoe dan ook bergen informatie. Voor de analyse daarvan zijn bio-informatici nodig, ICT’ers die ook de biologie snappen. Die zijn er nauwelijks. Wat zij doen is, eenvoudig gezegd, plattegronden samenstellen. Stel je een plattegrond van de metro voor met een blokkade erin. Als wij weten waar die blokkade zit, weten we ook dat een be­handeling ná die blokkade niet zal werken. Die plattegronden brengen ons dus dichter bij de beste behandeling.”

Comfort en voorlichting op maat

Ook comfort heeft Voests aandacht, omdat het een positief effect heeft op de behandeling als een patiënt zich zo prettig mogelijk voelt. Mensen die erg gespannen zijn tijdens een chemo, kunnen bijvoorbeeld een voetmassage krijgen. Er is een prachtige badkamer op de afdeling met muziekfaciliteiten en een aangepaste belichting. Wie opgenomen is, kan daar een halfuurtje relaxen. Verder is er extra aandacht voor goede voorlichting. Jonge vrouwen met borstkanker blijken behoefte te hebben aan hele andere informatie dan oudere mannen met dikkedarmkanker. “Ook daarin werken we op maat. Wij denken dat dit zich terugbetaalt in de resultaten. Natuurlijk moeten wij ook simpelweg veel patiënten behandelen, want niemand met kanker wil op een wachtlijst. Maar er is in de begeleiding veel winst te boeken. Onlangs werkte hier een oncoloog uit een ander ziekenhuis, die vond dat wij onze patiënten veel te veel pamperen. Dat beschouw ik als een groot compliment.”

Sponsoring

Over zijn visie op sponsoring van onderzoek door het bedrijfsleven kan Voest kort zijn: “Ik heb nog nooit een kankerpatiënt ontmoet die zei: ‘Dit is wel een goede behandeling, maar hij wordt door het bedrijfsleven betaald, dus dat wil ik niet.’ Natuurlijk zou ik geen enkele vorm van overeenkomst aangaan als ik beperkt zou worden in de richting van mijn onderzoek. Alles staat of valt met het contract dat je afsluit. Daarom ben ik zo blij met de steun van Ordina omdat zij onze visie onderschrijft en wil ondersteunen. Voor dit soort onderzoek helpt het enorm als een bedrijf op de lange termijn een partnership aan wil gaan. Ordina laat hiermee een grote maatschappelijke betrokkenheid zien.”

Volgend artikel: Kennisoverdracht in de praktijk